Het Springerpark

?????????????????????????????????????
W.C. Baron van Boetzelaer

Voordat Willem Carel van Boetzelaer in 1878 op Eyckenstein kwam wonen, vergrootte hij het gebouw met een derde. Van binnen liet hij Eyckenstein verfraaien. Hij liet o.a. de plafonds beschilderen, verving alle ramen en deuren en maakte een Moorse kamer omdat hij onder de indruk was geraakt van de Moorse stijl die hij tijdens zijn reizen had aangetroffen.

 

Leonard Antonij Springer
L.A. Springer

 

Kort hierna (1881-1883) liet Willem Carel door de jonge tuinarchitect en dendroloog Leonard Anthony Springer een plan ontwerpen voor een park bij Eyckenstein.

Voor deze tijd had de grond ook een nuttige bestemming en lagen hier o.a. een moestuin en een boomgaard.

 

Ontwerp van L.A. Springer

Springer ontwierp het park in de landschapsstijl. Hij creëerde en romantisch cultuurlandschap geaccentueerd door hoogteverschillen, waterpartijen, open velden, boom- en heestergroepen, slingerende paden en onverwachte doorzichten.

Hij verlegde waterpartijen en vergrootte de vijver, die nu als een niervormige spiegel achter het huis ligt. Het vrijkomende zand gebruikte hij om de heuvel rond het huis en koetshuis verder op te hogen.

Het parkgedeelte is zo’n 12 ha groot.
Met zijn ontwerp heeft Springer in 1885 een zilveren medaille gewonnen op de Internationale Tentoonstelling in Parijs.

Naast het nieuwe ontwerp maakte Springer een kleine situatieschets hoe hij het park aantrof.

Het opschrift op het ontwerp luidt:
“Ontwerp voor Veranderingen op Eyckenstein eigendom v d hoogEdelgeboren heer mr W.C. baron van Boetzelaer te Maartensdijk”.

Het origineel van dit ontwerp ligt in de Bibliotheek van de Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties.

 

historisch ond Eyckenstein 29-10-08.pdf

Springer-ontwerp

 

 

De beleving van het park is naar binnen gericht. Het zicht op het Koetshuis en de Oranjerie sloot Springer volledig af met een taxushaag. De ten oosten gelegen Eikensteeg onttrok hij aan het gezicht, evenals het in het westen gelegen weiland “de Klieverkamp”.

Springer verlegde de paden op zo’n manier dat ze een vloeiend verloop kregen en met steeds in elkaar grijpende cirkels, ovalen en niervormen.
De moestuin verplaatste hij naar het gebied van het toenmalige Berkenstein, ten zuiden van Eyckenstein.

In het ontwerp loopt de zichtas vanuit het huis over de vijver en gazons op het Kastanjebergje. Vanaf het Kastjanjebergje ervaart de wandelaar weer een prachtig beeld op bomen en boom- en heestergroepen.

De zichtas over de Grote Huislaan is over een afstand van 3 kilometer in het bos nog steeds te zien.

Springer was naast tuinarchitect ook een zeer gedreven dendroloog. Dat zal waarschijnlijk ook de reden zijn geweest waarom hij de mooie bomen uit de oude eikenlanen en uit de Beukendwarslaan uit eerdere ontwerpen gespaard heeft.

 

Vijver vanaf het dak 750De niervormige vijver in 2015

 

Eikendwarslaan 750

Oude Eikendwarslaan (foto 2016)

 

Magnolia in bloei 750

Magnolia soulangiana

 

Hoewel Springer niet veel bloemperken in zijn ontwerp opnam, plantte hij wel, vooral in het zicht van het huis, solitaire bomen en heesterpartijen op een manier waarop ze bijna tentoongesteld leken.

Ook nam Springer graag nieuwe en exotische soorten in zijn ontwerpen op.

Deze werkwijze lijkt goed aan te sluiten bij de wijze waarop Willem Carel Eyckenstein verfraaide en uitbreidde; plafond schilderingen, imposantere deuren en ramen en bovenal de excentrieke Moorse kamer.

Dat Springer zelf tevreden was over het ontwerp, mag blijken uit het feit dat het ontwerp voor Eyckenstein één van de vier ontwerpen was die hij uitkoos als inzending voor de Kunsttentoonstelling in 1886 in Berlijn. Dat Willem Carel en zijn omgeving ook tevreden waren, mag blijken uit het feit dat zijn schoonfamilie op de Ulenpas in Hoog-Keppel in 1884 ook door Springer een park op deze buitenplaats liet aanleggen en dat Willem Carel Springer in 1919 terug liet komen.

Rechts: Park in 1905 met zicht op Eyckenstein

 

Springerpark oude foto 750

 

 

Andere parkelementen

In het park zijn diverse knuppelbruggen opgenomen.

Ook treffen we er aan de rand van het veld een theehuisje aan.

Langs de zinksloot ligt het jaagpad vanwaar in lang vervlogen tijden de trekschuiten door de sloot getrokken werden.

Leuk detail is ook de ijskuil waar in de winter het ijs uit de vijver bewaard werd.

Rechts: Herstelde “Hoge bruggetje” foto 2015

 

Hoge knuppelbrug 750

 

Parkbos

Direct ten noorden van het Springerpark ligt het parkbos. Waarschijnlijk heeft Springer in dit ontwerp ook de hand gehad. In zijn loopbaan is Springer veel betrokken geweest bij zaken rond bosaanleg en -onderhoud. Hij was voorstander van een afwisseling in beplanting van naald- en loofbomen. Ook pleitte hij voor onderbeplanting van schaduwverdragende heesters zoals Lijsterbes, Vlier, Meidoorn, Kornoelje, Liguster, Gelderse roos en Taxus. Ook de laag te houden Haagbeuk en enkele esdoornsoorten gebruikte hij als ondergroei in opgroeiend eikenbos. Veel van deze genoemde soorten zijn in dit parkbos nog aanwezig. Wat betreft de nu nog aanwezige bomen in het parkbos, onder andere de Beuk, Eik, Douglasspar, Zilverspar, Grove Den, Japanse Lariks, Hemlockspar (Tsuga heterophylla) en de Levensboom (Thuja plicata), is het interessant om te weten dat hij veel van deze soorten vanaf 1911 ook al op het landgoed Oostereng in Bennebroek gebruikte. In het parkbos zijn nog prachtige groepen Thuja’s en grote Lariksen en Douglassparren te bewonderen.

 

Het huidige Springerpark

In 2010 gaf Otto van Boetzelaer aan Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten opdracht voor het maken van een herstelplan van het Springerpark. Zij maakten een beplantingsindicatie voor het Springerpark op die gebaseerd was op een eerder uitgebrachte rapportage door de toenmalige Stichting Particulier Historische Buitenplaatsen. Voor de beplanting werd uitgegaan van plantlijsten met soorten die door Springer gebruikt werden. In samenwerking met Born Copijn (Copijn Groenzorg) en Matthias van Boetzelaer en met financiële steun van de Provincie Utrecht werd het herstelplan onder auspiciën van Copijn Utrecht uitgevoerd.

Veel doorzichten, paden en lijnen werden hersteld. Knuppelbruggen werden naar oude voorbeelden herbouwd. Heel veel opschot werd gekapt en nieuw plantgoed aangeplant. Hoewel via overlevering nog wel van een aantal soorten bekend is waar ze door Springer geplant zijn, is het jammer dat de plantlijst van Springer voor Eyckenstein niet bewaard is gebleven.

Het park is in de sfeer van Springer hersteld. Zo zijn er bijvoorbeeld voor de Moerascypressen die in de loop der tijd uit het beekdalletje verdwenen zijn, weer nieuwe exemplaren ingeplant. De verwachting is dat ook de luchtwortels weer terugkomen.

Langs het Japanse laantje zijn meer Japanse esdoorns en verschillende Toverhazelaars bijgeplant.

 

Tulpenboom in hersftkleur 750
Tulpenboom (Liriodendron tulipiferum) langs de veldrand

 

Japanse Laantje in herfstkleur 750
Het Japanse laantje in het najaar

 

In het voorjaar wordt de bezoeker tijdens de wandeling verrast door een overvloed van welriekende Lelietjes van dalen. Ook de Boshyacinten en de Gele hondstand bloeien rijk. Er is onder andere een klein pinetum en rond de oude ijskuil zijn bijzondere eikensoorten geplant.

Eeuwen oude eikenlanen zijn nog steeds herkenbaar aanwezig. In het park schuilen ook veel bosdieren zoals Reeën, Eekhoorntjes, Dassen, reptielen, vleermuizen en vogels. Dit laat soms mooie en soms minder mooie sporen achter in het park.

In alle jaargetijden is het park een bezoek waard. Geïnteresseerd? Het park is op afspraak voor groepen te bezichtigen.