Bedreigingen van het landgoed

2026-03

Dat Landgoed Eyckenstein nog bestaat, is helemaal niet zo vanzelfsprekend. In de afgelopen eeuwen zijn er meerdere bedreigingen geweest die soms van grote invloed op het voortbestaan (of ontstaan) zouden zijn geweest, maar die zich uiteindelijk niet hebben voorgedaan.

 

Nederland telde ooit zo’n zesduizend buitenplaatsen, vaak met omliggend landgoed. Tegenwoordig is daar nog slechts tien procent van over. Door allerlei oorzaken (zoals financiën, ruimtelijke ordening en opsplitsing van erfenissen) is dus maar liefst negentig procent daarvan verdwenen. Welke bedreigingen zijn er voor Landgoed Eyckenstein geweest en hoe is het landgoed daaraan ontsnapt?

 

De Eemvaart

Omdat de stad Utrecht in de zeventiende eeuw achterbleef bij de economische bloei van de Republiek, werd er na overleg in de vroedschap van Utrecht in de Statenvergadering besloten dat er een nieuwe verbinding van Utrecht met de Eem aangelegd moest worden. Een nieuw scheepvaartroute zou de handel namelijk sterk bevorderen. Er werden in 1641 twee mogelijke tracés ontworpen: een zuidelijke tracé (Tracé 1), die over de Biltse Grift liep en vandaar naar de Eem, en noordelijk tracé (tracé 2). Tracé 2 was gepland over de Maartensdijkse Vaart, vandaar langs de Nieuwe Wetering (de huidige N234) naar het oosten en tenslotte langs de Pijnenburgergrift naar de Eem.

Weliswaar was dit nog vóór de grote uitbreidingen van het landgoed, maar beide tracés zouden radicale gevolgen gehad hebben voor het hele gebied van De Bilt, dat daardoor waarschijnlijk sterk geïndustrialiseerd zou zijn. Maar met name het noordelijke tracé 2 zou over het latere grote landgoed van Eyckenstein (inclusief Bilthoven Noord) gelopen hebben.

Tracé 2 van de geplande Eemvaart langs de N234, ten noorden van het huidige Bilthoven Noord. (Bron onderliggend kaartje: Google Maps)

 

Onteigening onder familie Eyck

Onder de familie Eyck, die van 1777 tot 1876 op Eyckenstein woonde, groeide Eyckenstein uit tot een groot landgoed van honderden hectares. Adriaan Hendrik Eyck was een echte patriot, die lijnrecht tegenover de Oranjegezinden stond. Toen stadhouder Willem V in 1787 hulp kreeg van het leger van de Pruisische koning Frederik Willem II, sloegen Adriaan Hendrik en zijn zoon Maurits Jacob met vele andere patriotten op de vlucht. Terwijl Adriaan Hendrik vanuit Frankrijk zijn politieke invloed probeerde uit te oefenen, werd zijn geliefde landgoed Eyckenstein verbeurd verklaard. Het landgoed werd geveild en verkocht aan Johannes Sebastiaan van Naamen.

Na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 vluchtte Willem V naar Engeland en konden vader en zoon Eyck in 1795 naar Nederland terugkeren. Ze konden het landgoed terugontvangen, maar Van Naamen had er in die paar jaar zware roofbouw op gepleegd. Volgens de aantekeningen van Adriaan Hendrik Eyck heeft Van Naamen tientallen bomen omgehakt en verkocht en enkele bouwwerken van Eyck afgebroken. Waarschijnlijk was het Van Naamen alleen maar om het geld te doen en had hij niet de liefde voor het landgoed zoals de familie Eyck. Het is dus maar de vraag of Eyckenstein had voortbestaan als Van Naamen er langere tijd was blijven wonen.

 

Veiling in stukjes

Financieel kon de familie Eyck het niet meer goed bolwerken. In 1876 werd Eyckenstein daarom op een openbare veiling te koop aangeboden. Er kon op tachtig losse delen van het landgoed geboden worden. Maar Elisabeth Charlotta Petronella barones van Boetzelaer – Both Hendriksen (1809 – 1880), zelf wonend op Sandwijck in De Bilt, kocht op 30 augustus 1876 van de 750 ha uiteindelijk het grootste deel ervan aan, namelijk een gebied van 600 ha. Als het landgoed daadwerkelijk als losse stukjes verkocht zou zijn, dan zou er van een landgoed geen sprake meer geweest zijn. Mogelijk waren delen ervan dan aan projectontwikkelaars ten prooi gevallen zijn.

Berichtje over de veiling van Landgoed Eyckenstein in Het Nieuws van den Dag op 2 september 1876. (Bron: Delpher.nl)

 

Klooster langs de Eikensteeg

Mr. Willem Carel baron van Boetzelaer, zoon van de hierboven genoemde Elisabeth Charlotta Petronella barones van Boetzelaer, was ondertussen op Eyckenstein gaan wonen en verkocht alsnog grote delen van het landgoed, zoals het huidige Bilthoven Noord in 1917 en het huidige Ridderoordse Bos in 1930. In 1934 overleed hij, waarna zijn jongste zoon Mr. Otto Maximiliaan baron van Boetzelaer het nog onverdeelde landgoed tot na de oorlog namens zijn twee broers en vier zussen beheerde. Het gebied ten oosten van de Eikensteeg (in de tijd van familie Eyck ook onderdeel van Eyckenstein) was in 1936 eigendom van jonkheer De Pesters. De jonkheer had het gebied toen te koop staan. Volgens de overleveringen had een gegadigde ondertussen het eerste kooprecht verkregen met de bedoeling daar een klooster te stichten. Otto Maximiliaan zag het helemaal niet zitten dat daar grenzend aan Landgoed Eyckenstein een klooster zou komen, vanwege de drukte die dat zou veroorzaken. Hij zou het gebied daarom willen kopen, maar de eerste gegadigde had nog tot twaalf uur van een bepaalde datum de tijd om te reageren. Op de betreffende datum zat Otto Maximiliaan vol verwachting bij jonkheer De Pesters te wachten of de eerste gegadigde inderdaad zou reageren. Toen die om klokslag twaalf uur niet van zich had laten horen, zei De Pesters: “Zo, meneer Van Boetzelaer, het is van u”. Om vijf over twaalf meldde de eerste gegadigde zich echter alsnog, maar die kreeg te horen: “Maar nú bent u te laat!”

Als het klooster er wel was gekomen, was de Eikensteeg waarschijnlijk een drukke verharde weg geworden naar Lage Vuursche en Hollandsche Rading. Ook zou er vermoedelijk al de nodige bebouwing in de omgeving zijn ontstaan. Het landgoed had er dan heel anders uitgezien, als het überhaupt nog zou bestaan.

Gebied (binnen de rode lijnen) waarin ergens het klooster waarschijnlijk had moeten komen.

 

Duitse militairen in het landhuis

Evenals veel andere landhuizen en kastelen in Nederland was ook Eyckenstein tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gevorderd. Er waren toen een Ortskommandant en soldaten gelegerd. Veel van deze gebouwen zijn door de geallieerden gebombardeerd. Zo’n 105 kastelen en landhuizen werden compleet verwoest door oorlogsgeweld en honderden raakten licht tot zwaar beschadigd. Dat had ook Eyckenstein kunnen overkomen, maar het is daarvoor gelukkig behoed. Het verhaal gaat zelfs dat Eyckenstein in Engeland al daadwerkelijk op de lijst stond om te bombarderen vanwege de Duitsers die daar zaten, maar dat hier op het laatste moment toch van afgezien is. Zie meer over Eyckenstein de oorlog in het artikel Eyckenstein in en rond de Tweede Wereldoorlog.

Zo had Eyckenstein er uit kunnen zien als het in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd was. (Bron voor deze en de bovenste afbeelding: ChatGPT)

 

Gelukkig zijn Eyckenstein al deze rampen bespaard gebleven. En hopelijk zullen dit soort bedreigingen zich in de toekomst niet meer voordoen.