Reisverslag Willem Carel van Boetzelaer van zijn reis door Morenland

Foto boven: Sint Pieterbasiliek omstreeks 1870 (bron: Etsy.com)

2026-09

Ruim vijf jaar voordat Elisabeth Charlotta Petronella barones van Boetzelaer – Both Hendriksen (1809-1880) in 1876 Eyckenstein kocht, maakte haar zoon Willem Carel met zijn studievriend Willem Hendrik de Beaufort een reis naar wat toen Morenland genoemd werd. Van deze reis is een interessant reisverslag van Willem Carel bewaard gebleven.

 

Willem Carel (1845-1934) en zijn vriend begonnen hun reis op 13 december 1870 en kwamen ruim een half jaar later weer terug. Beiden waren bij hun vertrek 25 jaar oud. Hoewel met Morenland in de huidige tijd vooral naar Ethiopië wordt verwezen, deden zij meer landen aan in Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Willem Carel hield in een dagboek bij wat ze allemaal beleefden. In 1878 kwam hij als eerste Van Boetzelaer met zijn gezin op Eyckenstein wonen.

Dit is het vervolg op het reisverslag uit onze vorige nieuwsbrief. Onze reisgenoten waren in het vorige artikel in Verona aangekomen en hadden daar ‘s avonds genoten van het amfitheater van het magnifieke uitzicht over de stad. Het amfitheater (nu ook Arena van Verona genoemd) is één van de best bewaard gebleven amfitheaters en wordt nu nog steeds gebruikt voor bijvoorbeeld operavoorstellingen.

Het Amfitheater ofwel Arena van Verona in 1874. (Bron: Wikipedia)

 

In Venetië

Op 19 december 1870 komen Willem Carel en Willem Hendrik vroeg in de ochtend met de trein aan in Venetië. Vanaf het treinstation worden ze per gondel naar hun Hôtel Barbesi gevaren. Na het diner gaan ze naar het grote plein Place St Marc. Willem Carel: “Men vindt daar dan ook altijd een massa wandelaars die langs de winkels onder colonnades wandelen of in de massa’s cafés achter de koffy te veld trekken, want men drinkt hier altijd door koffy.”

Marktplein en kerk in Venetië tussen 1890-1900. (Bron: Wikimedia)

 

De volgende dag laten ze zich door gondeliers in een mooi zeemanspakje het Canal Grande opvaren. Aan het water staan veel grootse paleizen.

Gondel bij de Rialtobrug over Canal Grande, 1875. (Foto: Carlo Naya, bron: reidsitaly.com)

 

 

Paus Pius IX als vrijwillige gevangene

Op 21 december sporen ze door naar Florence en op 24 december verder naar Rome, waar ze hun intrek nemen in Hotel ‘d Allemagne. Hoewel zelf niet Rooms bezoeken ze de volgende dag het Vaticaan. Willem Carel: “…en toen naar de St Pierre, die mij eene zeer imposante impressie maakte, alles is er zoo nietig bij, ook die enorme place vóór de kerk, waar het volk staat als de paus den zegen geeft. Daarnaast ligt het Vaticaan, waar nu de paus als vrijwillige gevangene zit, dat maakt dan ook dat hij met het Kerstfeest niet in functie zal zijn, en wij hem niet zullen zien.”

Wat is er aan de hand? In die tijd was er een strijd tussen het onlangs opgerichte koninkrijk Italië en de Rooms Katholieke Kerk, die de macht had over een groot deel van Italië en daar buiten. Om die macht in te perken werd Rome in 1870 veroverd door Italiaanse troepen. Paus Pius IX weigerde de nieuwe situatie te erkennen en beschouwde zichzelf tot aan zijn dood (op 7 februari 1878) als “gevangene van het Vaticaan” en kwam om die reden met Kerst niet naar buiten voor de bekende plechtige zegen Urbi et orbi. Tot teleurstelling van Willem Carel.

Saint Pierre Rome, 1894 (Bron: Wikimedia)

 

Gelukkig komen ze niet alleen voor de paus naar Rome. Op 1e Kerstdag is er een mooie mis. Willem Carel: “…doch het beeld van Petrus had dien dag een zeer slechte dag, want zij maakten letterlijk file om zijn toon te kussen.” (‘Toon’ is oud-dialectisch voor ‘teen’.) Het is een eeuwenoude traditie dat pelgrims de rechter voet van het bronzen beeld van Petrus kussen.

Op 2e Kerstdag lopen de twee vrienden wat door de stad en komen aan bij de Scala Santa (de Heilige Trap). Willem Carel: “…de Scala Santa, waarin de marmeren trap uit het paleis van Pilatus is en die men niet dan op zijne knieën op mag gaan, er waren juist eenige zielen aan het tobben om daar tegen op te klauteren.” Volgens de rooms-katholieke traditie zijn deze 28 marmeren treden de originele trap van het praetorium (paleis) van Pontius Pilatus in Jeruzalem. Jezus zou deze trap hebben bestegen op de dag dat hij ter dood werd veroordeeld. De trap werd volgens de legende in het jaar 326 vanuit Jeruzalem naar Rome gebracht.

 

Tiber buiten de oevers

Al de tijd dat ze in Rome verblijven, valt er heel veel regen. In de middag van 27 december doen de mannen wat boodschappen op de Corso en willen de brug van de Tiber over. Dat gaat echter niet door de hoge waterstand van rivier. Die staat zo hoog dat een groot deel van de Ripetta (een kleine haven aan de Tiber met veel trappen) onder water staat.

De Ripetta omstreeks 1878. (Bron MilestoneROME)

 

De volgende morgen blijkt bijna de helft van de stad onder water te staan. Niemand kan meer in of uit het hotel komen. Willem Carel: “De eetzaal waar wij gisteren nog waren gaan dineren is geheel bedorven, op de Piazza del Popolo steken alleen de leeuwen even boven water uit, en buiten de Porta del Popolo staat alles onder.” Buiten branden de lantaarns niet, omdat de gasbuizen vol water zitten. Willem Carel doet uitgebreid verslag van de gevolgen, maar vermeldt ook hoe de plaatselijke bevolking daarmee heeft leren omgaan. De dagen erna zakte het water weer, maar alles zat onder de modder.

Op Oudejaarsdag aldoor geweldige buien en ’s avonds weer geen gas en dus geen licht. In de nacht komt kroonprins Humbert (Umberto I) met zijn vrouw aan om noodhulp te coördineren en de Romeinse bevolking te laten zien dat het nieuwe Italiaanse koningshuis er voor hen is. Ook zijn vader, koning Victor Emanuel II, is aangekomen. Willem Carel: “Reeds ’s nachts hoorden wij een vreeselijke drukte op de straten bij de aan komst van Victor Emanuel, die te 5 ure arriveerde. Wij gingen ’s morgens wat op de Corso wandelen en troffen het juist dat hij daar langs kwam zoodat wij hem zeer goed zagen, er was zeer veel enthousiasme, overal hingen de vlaggen.”

Overstromingen van de Tiber in Rome waren al een eeuwenoud probleem. Maar tussen 1877 en 1926 is de Tiber over een lengte van maar liefst acht kilometer ingemuurd, waarmee de rivier tot op heden werd bedwongen.

 

Hoewel hun reis in Rome letterlijk in het water viel, kunnen we wel zeggen dat de twee vrienden heel veel bijzondere ervaringen hadden en zelfs de eerste koning van Italië van nabij mochten aanschouwen. Het zijn historische gebeurtenissen die nu nog bekend zijn. In de volgende nieuwsbrief vervolgen ze hun de reis op 1 januari 1871.