Landhuis: (bouw)geschiedenis
Wie erachter probeert te komen in welke stijl het landhuis nu eigenlijk gebouwd is, ontdekt al snel dat er meerdere stijlen door elkaar heen lopen. Dit komt doordat het in zijn vierhonderdjarige geschiedenis meerdere malen verbouwd is, een enkele keer misschien zelfs bijna geheel opnieuw opgebouwd. Van de oudste bouw is daardoor vrijwel niets meer te herkennen. Maar delen ervan zijn nog wel degelijk in het tegenwoordige huis aanwezig, zoals een groot deel van de fundering, een niet meer gebruikte kelder en enkele binnenmuren. Zie verder ook de Bouwstijl.
Bouwstijl
Hoewel Eyckenstein niet in één bouwstijl gebouwd is, kan de stijl in het algemeen neoclassicistisch genoemd worden en meer in het bijzonder Engels neo-Palladiaans.
Voorbeelden hiervan zijn Chiswick House in West-Londen, ontworpen door Lord Burlington (1694 – 1753), en de landhuizen van de Schotse architecten de gebroeders Adam: Robert (1728 – 1792) en James (1730 – 1794). Het Palladianisme is genoemd naar de Italiaanse renaissancearchitect Andrea Palladio (1508-1580), een strenge classicist die zich baseerde op de Romeinse bouwkunst. Hij is vooral bekend door zijn villa’s in Veneto, waarvan er vele een tempelfront met portico (een portiek die naar de toegang van een gebouw leidt) bezitten. Vergelijk hiermee het terras met de zuilen van Eyckenstein.
Vooral de vergelijking met Chiswick House dringt zich op omdat Maurits Jacob Eyck van Zuylichem net als Lord Burlington een zogenaamde ‘dilettante’ (iemand met interesse voor een bepaald onderwerp, maar met een beperkte kennis ervan) lijkt te zijn geweest, een adellijk heer of patriciër die geïnteresseerd was in bouwkunst en die, na wellicht een grote reis door Europa en naar Italië te hebben gemaakt, zelf een ontwerp maakte voor zijn landhuis, al of niet met de hulp van een lokale timmerman of ontwerper. Van dergelijke dilettanten zijn er niet zoveel in Nederland. Een reis naar Italië is overigens niet strikt noodzakelijk. Eyck van Zuylichem kan ook een grote hoeveelheid Engelse plaatwerken hebben aangeschaft.
De bovenstaande tekst (met dank) overgenomen van: drs W.R.F. van Leeuwen, architectuurhistoricus, Bureau Mille Colonnes













