Broedvogelinventarisatie

Dit voorjaar doet Gert Prins uit Epe een uitgebreide broedvogelinventarisatie. In 1982 heeft Gert hier ook al eens broedvogelonderzoek gedaan, maar dat was alleen in het park achter Eyckenstein. Nu is het de bedoeling dat het hele landgoed onderzocht wordt. Lex van Boetzelaer is 19 februari een dagje met Gert meegelopen om te ervaren hoe dat allemaal in z’n werk gaat.

In 1985 is Gert voor het laatst op Eyckenstein geweest. Oorspronkelijk woonde hij in Maartensdijk, maar is verhuisd en woont nu in Epe. Zijn hart ligt nog steeds bij Eyckenstein en hij is dan ook blij met de inventarisatie die hij hier kan uitvoeren. Op de vraag van Lex of februari niet nog wat vroeg voor broedvogels is, legt Gert uit dat er nu inderdaad nog niet gebroed wordt, maar dat sommige vogelsoorten wel al bezig zijn met de voorbereidingen. Om ons heen horen we inderdaad al veel vogels druk bezig met roepen en zingen. Met het ‘roepen’ zoeken de vogels contact met soortgenoten en met het ‘zingen’ verdedigen zij hun territorium, vertelt Gert. En Gert blijkt een zeer goed geoefend oor te hebben, want zelfs tijdens het praten neemt hij nog van alles waar.

Van tevoren heeft Lex twee kaarten naar Gert gemaild, een gewone plattegrond van het landgoed en een kaart waar per bosvak staat aangegeven welke boomsoort of -soorten er groeien. Deze gebruikt Gert om zijn waarnemingen op in te tekenen. Het broedvogelonderzoek wordt volgens een strak schema uitgevoerd. Gert hanteert daarvoor de methode van het Broedvogel Monitoring Project (BMP) van Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Gert Prins tijdens broedvogelonderzoek

Gert Prins aan het werk

De BMP-methode schrijft onder andere voor dat er per gebied zeven tot tien keer gelopen wordt, zodat een zo volledig mogelijk beeld verkregen wordt. Gert heeft Eyckenstein in een noordelijke en een zuidelijke helft verdeeld en zal daarom maar liefst twintig dagen met zijn onderzoek op Eyckenstein bezig zijn. Aan het einde van de zomer verwacht Gert daarmee klaar te zijn. Na de verwerking van de waarnemingen per vogelsoort zal een haarscherpe relatie te zien zijn tussen de kaart met broedvogelterritoria en de vegetatiestructuur (boomsoorten, ouderdom bos, struiklaag e.d.).

Volgens de BMP-methode lopen we over de verschillende evenwijdig gelegen bospaden systematisch over het landgoed, van zuid naar noord en over het volgende pad weer van noord naar zuid. Gert let vooral op het roepen en zingen van de vogels, het zien ervan vindt hij minder belangrijk, omdat vooral de geluiden op broedterritoria wijzen.

Voor Gert begon de inventarisatie vandaag al om kwart voor zeven, in het donker, want ‘s morgens zijn de vogels het drukste met hun territoriumgedrag. Als we om 12 uur stoppen met lopen en luisteren, hebben we al heel veel waarnemingen gedaan. Veel gehoorde vogelsoorten op deze dag zijn onder andere: boomklever, grote bonte specht, glanskop, koolmees en pimpelmees. Minder gehoorde soorten zijn onder andere: zwarte specht, kleine bonte specht en goudhaantje. Bij elkaar hebben we vandaag meer dan 250 waarnemingen van zo’n 34 soorten gedaan.

Op de vraag waarom hij dit allemaal eigenlijk doet, antwoord Gert: “Broedvogels tellen levert informatie op over de betekenis van een bos of natuurterrein voor broedvogels: je krijgt inzicht in de soorten vogels, de aantallen territoria en de verspreiding. Zelf vind ik het mooi werk om die gegevens te verzamelen, uit te werken en te rapporteren of presenteren.” Maar even belangrijk voor Gert is de ontspannende werking ervan: “Het tellen is gewoon erg leuk om te doen, je krijgt veel lichaamsbeweging, je komt overal, je leert een gebied heel erg goed kennen, je ziet vaak ook andere (bijzondere) planten en dieren. En als de zon opkomt is het buiten op z’n mooist!”

Voor terreinbeheerders kan de uitkomst van belang zijn omdat er een relatie is tussen broedvogels en vegetatiestructuur (boomsoort, ouderdom bos, ondergroei). Dit maakt het mogelijk om het effect van beheer op vogels in beeld te brengen, zodat daar bij het beheer rekening mee gehouden kan worden.

Als Gert zijn onderzoek op Landgoed Eyckenstein helemaal heeft afgerond, brengen we u graag via de nieuwsbrief van de resultaten op de hoogte.

Broedhol in beuk

Langs de Eikensteeg ontdekt Gert een mooi groot gat in een beuk, in een half dichtgegroeid zaagvlak. Hij vertelt dat dit gat waarschijnlijk door een groene specht gemaakt is en dat er waarschijnlijk een holenduif in gaat broeden.

 

Laat een reactie achter